Onderzoek
Het internationale strafhof staat nu zelf terecht
Politicoloog dr. Marlies Glasius onderzoekt de constructies van legitimiteit door aanklagers en verdachten

Internationale strafhoven liggen onder vuur. Politicologen, antropologen en sociologen hebben zich de afgelopen tijd kritisch uitgelaten over het functioneren van de tribunalen. Afrikaanse landen weigerden onlangs zelfs om mee te werken aan een verzoek van het internationale strafhof. Politicoloog dr. Marlies Glasius wil weten hoe dat komt en focust zich in haar door NWO gesubsidieerde onderzoek vooral op de propaganda-oorlog tussen verdachten en aanklagers.
Dat diverse landen van de Afrikaanse Unie weigerden een arrestatiebevel uit te vaardigen tegen de Soedanese president Al-Bashir, mag een teken aan de wand heten. ‘Het is niet overdreven te stellen dat de internationale strafhoven nu zelf terechtstaan', zegt jurist en politicoloog Marlies Glasius. De legitimiteit van de strafhoven dreigt om verschillende redenen af te brokkelen, stelt ze. ‘De idee dat strafzaken tegen een paar topfiguren de slachtoffers van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid echt verder helpt, is omstreden. Daarbij staan de hoven ver buiten de samenlevingen die door deze misdaden zijn geraakt, en tenslotte kan de vervolging van verdachten eventuele vredesbesprekingen in de weg staan.'
Het wij-gevoel van de Serviërs
Een ander, niet eerder onderzocht fenomeen dat meespeelt in de vraag rondom de legitimiteit van de strafhoven, is het discours waarvan zowel verdachten als aanklagers zich bedienen. Ofwel, zoals Glasius zelf zegt, de ‘propaganda-oorlog' die beide partijen voeren. ‘Beide partijen construeren op hun eigen manier een verhaal over rechtvaardigheid en legitimiteit. Milosevic bijvoorbeeld, appelleerde aan het wij-gevoel van de Serviërs, die zich door het proces tegen hem voor de zoveelste keer werden benadeeld voelden. De aanklagers op hun beurt bedienen zich ook regelmatig van bombastische taal over recht dat zal zegevieren.' Glasius wil graag weten op welke doelgroepen verdachten en aanklagers hun discours richten en welke kanalen zij daarvoor inzetten.
Handig gebruik van de tekortkomingen
‘Hoewel ik zelf een voorstander ben van internationale strafhoven, denk ik zeker dat er veel meer uit te halen valt. In de beginjaren van het Joegoslavië-tribunaal ('95-'99) werden de uitspraken niet eens vertaald in het Servo-Kroatisch. Zo erg is het nu niet meer, maar er zijn nog steeds wel verbeteringen nodig. Verdachten en politici die zelf iets te verliezen hebben, maken handig gebruik van de tekortkomingen, vaak door op een gevoel in te spelen. Afrikaanse leiders stellen de hoven vaak voor als westerse, neo-koloniale instellingen. Maar de juristen die er werken, komen uit alle werelddelen. Het Sierra Leone-tribunaal is een mix van lokale en internationale rechters. Zorg dan ook dat je deze informatie goed communiceert; je onderstreept daarmee immers de legitimiteit van het strafhof.'
Glasius denkt dat strafhoven, aanklagers en mensenrechtenorganisaties veel kunnen hebben aan de kennis die voortvloeit uit haar onderzoek. ‘Als je weet met welke retoriek de verdachten hun doelgroepen in eigen land bespelen, kun je daar je beleid op afstemmen. Uiteraard is het dan nog wel de vraag hoe die retoriek landt bij de doelgroep, maar dat is een onderwerp voor een volgend onderzoek.'
Auteur: Esther van Bochove, FMG Communicatie


