Onderzoek

Gepubliceerd op 21 juli 2010

De strijd tussen energie-innovatoren en hun tegenspelers

NWO-subsidie voor onderzoek naar de strategieën die beide partijen gebruiken

Gepubliceerd op 21 juli 2010
De overstap wagen naar andere energiebronnen vergt een lange adem

Fossiele energiebronnen zijn een soort verslaving voor beleidsmakers, marktpartijen en burgers. De overstap wagen naar andere energiebronnen vergt daarom een lange adem. Formele en informele regels en weerstand bij dominante zittende partijen zorgen ervoor dat menig innovator al is afgehaakt. UvA-hoogleraar Politicologie prof. dr. John Grin ontving samen met drie collega's een NWO-subsidie voor een onderzoek naar de strategieën die mensen gebruiken om de innovatieprocessen te versnellen of juist te vertragen. 

Grin en zijn collega's analyseren in hun onderzoek de strategieën rondom één specifieke energie-innovatie: het omzetten van biomassa (speciaal daarvoor geteelde gewassen, of afval) in gasvormige of vloeibare brandstoffen. Omdat planten via hun stofwisseling groeien door eerst CO2 op te slaan, is er - onder de juiste voorwaarden - geen sprake van een netto toename van de CO2-concentratie in de atmosfeer, die het broeikaseffect mede veroorzaakt. Een schone energiebron dus, die echter ook op weerstand stuit, bijvoorbeeld van partijen die belang hebben bij het blijvende gebruik van fossiele brandstoffen zoals aardolie en aardgas.
Die weerstand is vaak zó hardnekkig, dat innovatoren daarom het bijltje erbij neergooien, weet John Grin. ‘Ze geven het vaak op vanwege de enorme inspanning die het kost om hun plannen door te zetten binnen de bestaande regelgeving. Ook informele spelregels in marktarrangementen, dominante programma's in de kennisinfrastructuur et cetera kunnen zeer ontmoedigend werken. Daardoor worden er belangrijke kansen gemist op een antwoord op het klimaatvraagstuk en de toenemende schaarste aan fossiele brandstoffen. Dat is niet alleen frustrerend voor de innovatieve, ondernemende mensen achter zulke initiatieven, maar ook een gemiste kans voor de maatschappij als geheel - vaak inclusief degene van wie de weerstand komt. Het beter begrijpen van dit spel en tegenspel kan helpen om hier iets aan te doen - vandaar dat ons onderzoek zich op de strategieën in de processen richt.'

Nauwelijks aandacht

In de literatuur is daar op dit moment nauwelijks iets te vinden. ‘Het bevorderen van transities, radicale veranderingen, heeft in de literatuur tot nu toe weinig aandacht gekregen, want veel sociale wetenschap gaat over het begrijpen van reguliere ontwikkelingsprocessen. Voor zover sprake is van meer radicale veranderingen gaat het dan weer over revolutionaire veranderingen. Radicale veranderingen die 'met beleid' tot stand worden gebracht hebben nauwelijks aandacht gekregen. Daarom hebben Johan Schot (TUe), Jan Rotmans (EUR) en ik destijds een groot onderzoeksprogramma op gang gebracht naar deze vragen.'

Dominante praktijken

Belangrijk om te onderkennen, vindt Grin, is dat de zittende, behoudende partijen hun macht nu juist ontlenen aan het feit dat bestaande structuren zijn gegroeid rondom de tot nu toe gebruikelijke manieren van denken en doen. ‘Die structuren privilegiëren dus ook de nu dominante praktijken en bijbehorende actoren. Dat geeft ze een extra stevige machtspositie. Dit kan een radicale verandering in de weg zitten, maar anderzijds kan een dergelijke verandering in structuur nu juist de machtsbasis van deze spelers verminderen. Zo bezien is de uitdaging voor innovatoren om de juiste dynamiek te bewerkstelligen tussen dit machtsspel, en een proces van stapsgewijze, maar wel structurele, verandering. Ons onderzoek kan maatschappelijke innovatoren helpen om ‘slimmer' te opereren, terwijl gevestigde actoren wellicht leren zien hoe ze in plaats van defensief gedrag ook meer strategisch zouden kunnen handelen, en de noodzaak van een meer duurzame ontwikkeling omzetten in kansen voor zichzelf.'

Drie domeinen

De onderzoekers focussen zich in hun studie op drie domeinen: de autobranche, de productie van biobrandstoffen en de bouw. ‘Deze casusselectie is een goede basis voor vergelijkend onderzoek, want ze verschillen in de mate en aard van de betrokkenheid van gevestigde spelers.'
Immers, innovaties in de autobranche komen van andere spelers dan van gevestigde energieleveranciers. De autobranche heeft van oudsher wel een sterke binding met de energiesector, maar deze komt door duurzame innovaties onder druk te staan. De bouw staat van oudsher vrij los van de energiesector, en innovaties daar leiden vooral tot een andere verhouding tussen de latere gebruikers van gebouwen en de energiesector. Innovaties op het gebied van bio-energie raken veel directer aan de bestaande energiespelers: óf ze zijn voor deze spelers concurrenten, óf ze doen een beroep op gevestigde energiespelers voor de distributie van duurzame energie.

De NWO-subsidie valt onder het programma Duurzame aarde en wordt verdeeld onder twee universiteiten: de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht. De uitvoering van het 4-jarige onderzoek bij de UvA is in handen van John Grin en een nog te werven promovendus. In totaal ontvangt de UvA voor dit project een subsidie van € 225.013. In Utrecht zijn prof. dr. Marko Hekkert, dr. Jan Faber en dr. Simona Negro verantwoordelijk voor de uitvoering. Het project is een voortzetting van het door Grin mede begeleide programma Kennisnetwerk Systeeminnovaties en transities.

Auteur: Esther van Bochove, FMG Communicatie 

Bron: FMG Communicatie
|