Onderzoek
Internationaal onderzoek naar de relatie huiseigenaarschap en pensioenen

UvA-socioloog dr. Caroline Dewilde heeft een NWO MaGW-subsidie van € 210.000 binnengehaald voor een internationaal onderzoek naar de invloed van beleidsbeslissingen op het vlak van pensioenen en huisvesting op de inkomenspositie van ouderen in welvaartsstaten.
Het vertrekpunt van het onderzoek van Dewilde is, dat er, bekeken op het niveau van de westere welvaartsstaten, sprake is van een omgekeerde relatie tussen huiseigenaarschap en het geld dat een land uitgeeft aan pensioenen. ‘Immers, oudere mensen die hun huis (bijna) helemaal hebben afbetaald, hebben minder woonlasten en kunnen daarom toe met een lager pensioen', legt ze uit. ‘De vraag is nu hoe deze omgekeerde relatie precies is ontstaan én op welke manier beleidsbeslissingen op het vlak van pensioenen en huisvesting daarin een rol spelen.' Om goed te kunnen onderzoeken of die relatie er inderdaad is, bekijkt de socioloog de situatie niet op één moment, maar over een langere periode, namelijk 1965-2004.
Te dure huizen
Dat beleidsbeslissingen een grote invloed kunnen hebben op de relatie tussen huiseigenaarschap en pensioenen en daarmee op de inkomenspositie van ouderen, daarvan is Dewilde overtuigd. ‘Denk bijvoorbeeld aan het beleid om mensen in lagere inkomensgroepen huiseigenaar te maken. Doordat meer mensen huizen kopen, stijgen de woningprijzen, en kopen mensen (te) dure huizen. Vooral de mensen in de lagere inkomensklassen ondervinden daar mogelijk hinder van (hun hypotheek is te duur of hun arbeidsmobiliteit wordt beperkt), en profiteren lang niet zo veel van de aankoop van een huis als de middenklasse.'
Pensioenuitgaven die de pan uit rijzen
Aan de andere kant: als overheden constateren dat de pensioenuitgaven de pan uit rijzen en besluiten dat deze collectief omlaag moeten, zijn vooral de ouderen zónder bezit in het nadeel. Immers, zij hebben geen bezit dat ze kunnen verkopen om hun oude dag te bekostigen. De middenklasse met een huis daarentegen, kan dat wel en ontvangt daar bovenop een vaak hoger pensioen. ‘Op deze manier creëren we een dubbele ongelijkheid', aldus Dewilde. ‘Overheden zouden daarom ook kunnen kiezen voor een systeem waarbij huiseigenaren, die door middel van de hypotheekrente-aftrek "gesubsidieerd" worden, zelf meer verantwoordelijk worden gemaakt voor de financiering voor hun oude dag, maar dan moeten ze rekening houden met het feit dat dit niet voor alle groepen van ouderen mogelijk of wenselijk is.' Overigens gaat het in het onderzoek niet zozeer om het doen van beleidsaanbevelingen: ‘Wij willen met dit onderzoek vooral aantonen hoe beleidsontwikkelingen op verschillende terreinen op elkaar hebben ingegrepen en wat precies de effecten van welvaartsinstituties zijn. '
Om een internationale vergelijking te kunnen maken, maakt Dewilde onder meer gebruik van de Luxembourg Income Study, die cijfers bevat voor 25 welvaartsstaten waaronder Nederland, Belgïe, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
Het onderzoek start in het voorjaar van 2011 en duurt vier jaar.
Auteur: Esther van Bochove, FMG Communicatie


