Nieuws en Agenda
Tour de France
‘Hogere eisen aan renner kan schadelijk zijn voor lichaam’
Stanley Brul, hoogleraar Moleculaire Biologie en Microbiële Voedselveiligheid

Met goede voeding kan een wielrenner tijdens de Tour de France prima herstellen. Het probleem is echter dat alles sneller moet. Het gevaar daarbij is dat er niet meer naar het lichaam wordt geluisterd, waardoor een sporter zijn lichaam zeer ernstig kan beschadigen. Dat stelt Stanley Brul, hoogleraar Moleculaire Biologie en Microbiële Voedselveiligheid. ‘Normale voeding moet in principe genoeg zijn om een zware ronde als de Tour de France drie weken vol te houden. Bijna alle wielrenners gaan voor de Tour op hoogtestage waardoor er spiercellen worden gekweekt die goed op zuurstof kunnen functioneren. Dat niveau wil je als sporter zo lang mogelijk vasthouden, daarom moeten er tussen de etappes voldoende anti-oxidanten in de vorm van bijvoorbeeld fruit worden ingenomen. Deze anti-oxidanten, zoals vitamine C, zijn nodig om te helpen schade aan de cellen tegen te gaan.'
Een wielrenner die te ver gaat, kan ernstige lichamelijke schade oplopen. Brul: ‘Een spier die echt beschadigd is tijdens een zware etappe, is met normale voeding niet binnen één à twee dagen te herstellen. Het lichaam geeft al een signaal af als je te ver gaat door de aanmaak van zuren, voornamelijk melkzuur, in de spieren. Een renner die slim is zal bij spierverzuring gas terugnemen en 's avonds de juiste voeding tot zich nemen om met name de glycogeen voorraad in de spier te herstellen. Spierpijn is simpelweg een signaal dat je moet stoppen, waarbij de ultieme consequentie van het niet luisteren naar je lichaam een ernstige schade, zoals spierscheuring, kan zijn.'
Tijdens een Tour-etappe is het volgens Brul voor wielrenners raadzaam om vooral op het glucosepeil te letten. ‘Voor wielrenners is het belangrijk om het glucosepeil een hele etappe stabiel te houden. Glucose kan direct door de spiercellen worden opgenomen om als brandstof te dienen tijdens de activiteit. Wordt het glucosepeil te laag dan heeft de wielrenner niet voldoende energie meer. Maar een te hoog glucosepeil is ook niet goed. Dit betekent dat de renner veelal te kort voor de inspanning gegeten heeft en daardoor veel energie kwijtraakt aan de spijsvertering. Ook gaat de insulinespiegel dan sterk omhoog waardoor het lichaam aangezet wordt glucose op te slaan als glycogeen tijdens de inspanning i.p.v. ervoor. Deze signalen werken elkaar tegen. Het ene proces slaat glucose op terwijl het andere het juist nodig heeft.'


