Nieuws en Agenda

Duurzaamheid

Gepubliceerd op 26 november 2009

‘Nederlandse milieuorganisatie maakt niet goed gebruik van enorme achterban’

Hein-Anton van der Heijden

Ondanks dat Nederlandse milieuorganisaties een grote achterban hebben, heeft dit de afgelopen jaren tot weinig concrete resultaten geleid. Dat stelt Hein-Anton van der Heijden, universitair docent Politicologie. ‘Per hoofd van de bevolking hebben milieuorganisaties zoals Milieudefensie en Greenpeace in Nederland de meeste leden ter wereld, bij elkaar meer dan vier miljoen. Dit betekent dat ze, naast financiële middelen, een vrij grote mobilisatiekracht hebben. Daar maken ze geen optimaal gebruik van, wat te wijten is aan het Nederlandse overlegmodel. Bij onderhandelingen tussen milieuorganisaties en de overheid, krijgen de organisaties altijd wel iets, maar bijna nooit het volle pond. In Duitsland, waar milieuorganisaties beperktere middelen hebben, is het vaak alles of niets bij onderhandelingen. Daardoor kunnen bij onze Oosterburen meer concrete resultaten worden geboekt.'

Hoewel milieuorganisaties in Nederland moeite hebben om resultaten te boeken, wil Van der Heijden benadrukken dat ze in Europa grote invloed uitoefenen. ‘Doordat Nederlandse milieuorganisaties veel leden hebben, zijn ze, in vergelijking met hun collega's in andere landen, vrij rijk. Daardoor hebben ze mogelijkheden om te investeren in milieudeskundigen. En met de resultaten die deze deskundigen in hun onderzoek boeken, kunnen ze politici in Brussel beïnvloeden.'

De Europese Unie is leidend in het klimaatdebat. Dit is mede te danken aan de sterke Nederlandse milieulobby. In tegenstelling tot de Verenigde Staten hebben deze milieuorganisaties er in Europa voor gezorgd dat milieubelangen sterk in de politiek aanwezig zijn. Op dit moment zijn de organisaties vooral bezig met de klimaattop in Kopenhagen. Van der Heijden: ‘Al een paar jaar roepen milieuorganisaties dat Kopenhagen de belangrijkste top is sinds Kyoto. Om in hun termen te spreken is dit de laatste kans om iets te doen. Er zijn echter twee redenen waarom de top in Kopenhagen aan belang heeft ingeboet. Ten eerste de economische crisis, waardoor de CO2-uistoot is verminderd. Ten tweede willen derdewereldlanden nog geen concrete maatregelen toezeggen. Deze landen, waaronder China, zeggen dat een land als de VS eerst iets substantieels moet doen.'

Bron: UvA Persvoorlichting
|