Nieuws en Agenda
‘Meer marktwerking van VVD mooi als kleinere scheppers kansen behouden’
Nachoem Wijnberg, hoogleraar Cultureel Ondernemerschap en Management

De VVD moet oog hebben voor de nadelen die kleven aan de door de partij gewenste grotere rol voor mecenassen, sponsors en stichtingen in de cultuursector. De scheppende kunsten zoals theater lopen namelijk het gevaar achterop te raken, zegt hoogleraar Cultureel Ondernemerschap en Management Nachoem Wijnberg op basis van de cultuurparagraaf van het VVD-verkiezingsprogramma. ‘Op zich is het openbreken van zo'n systeem niet verkeerd om culturele sectoren te veranderen die nu volledig worden overheerst door subsidies. Als je dat radicaal doorzet, waarbij je de scheppende kunsten in tegenstelling tot het erfgoedbeheer overlaat aan de markt, zullen mecenassen en stichtingen waarschijnlijk projecten financieren die zij leuk vinden en hun imago verbeteren. Dan gaat het vooral om erfgoed en grote projecten en weinig activiteiten van kleine kunstenaars. Op zich investeert de Van de Ende Foundation wel in kleine kunsten; het is niet uitgesloten. Maar het is niet waar het meest geld terecht komt. Beetje raar dat de VVD geen oog heeft voor de nadelen'.
Nationaal cultureel erfgoed verdient volgens de VVD bescherming van de rijksoverheid. De partij pleit daarnaast voor een ‘geefwet' die bestaande fiscale mogelijkheden zou moeten samenbrengen om extra privaat geld vrij te maken voor de cultuursector. Op die manier zou de cultuur in Nederland zich volgens de liberalen kunnen bevrijden van de ‘houdgreep van de overheid'. Wijnberg is niet tegen meer marktdynamiek maar pleit wel voor goede randvoorwaarden om een scheefgroei in de kunsten te voorkomen. De herbezinning op de doelen en middelen van het cultuurbeleid is een duidelijke lijn die door het VVD-programma loopt en ‘niet onzinnig', zegt de hoogleraar. ‘De VVD heeft een van de meest samenhangende cultuurparagrafen van de verkiezingsprogramma's van de grote partijen'.
De VVD wil de Wet werk en inkomen kunstenaars (Wwik) afschaffen omdat sociale voorzieningen volgens de liberalen alleen toegankelijk zouden moeten zijn voor mensen die echt niet kunnen werken. Kunstenaars zouden daarin geen uitzonderingspositie mogen innemen. Wijnberg begrijpt de redenering. ‘Als econoom vind ik dit geen onheldere positie. Maar als je dat doorzet, zouden scheppende kunsten ook een beroep moeten kunnen doen op innovatiesubsidies.' De hoogleraar heeft meer vertrouwen in een andere wijziging van het cultuurbeleid. ‘Je moet wat doen aan het feit dat kunstopleidingen er baat bij hebben dat zoveel mogelijk studenten afstuderen. Die studenten hebben vele opleidingsjaren geïnvesteerd en willen dan ook een bestaan als kunstenaar. Dat zijn de mensen die in de Wwik vervallen. Schaf je die af, dan vrees ik dat kunstenaars in de normale bijstand belanden. Dan heb je veel ambtenaren nodig om vervolgens weer toe te zien op de bijbehorende sollicitatieplicht. Ik denk dus ook niet dat het veel geld oplevert'.


