Huisvestingsontwikkeling

Gepubliceerd op 18 juni 2008

Huisvesting UvA

De UvA en de open stadscampus

Met ongeveer 85 panden in de stad is de Universiteit van Amsterdam (UvA) nauw verweven met Amsterdam. Sinds 1632 zijn de vele (oud-)studenten en medewerkers van de universiteit overal in Amsterdam aanwezig. Niet alleen binnen de muren van de universitaire gebouwen, maar ook daarbuiten. In het stadsbestuur, in het bedrijfsleven en in het maatschappelijke debat bijvoorbeeld. Maar ook in het theater, in het park en in de horeca. Overal duiken ze op, vaak op een duidelijk herkenbare manier. Scherpe, onafhankelijke geesten die actief meedenken en debatteren over uiteenlopende (maatschappelijke) onderwerpen. Mensen die nieuwsgierig zijn, nieuwe - soms onorthodoxe - paden in durven slaan en hun meningen en inzichten niet onder stoelen of banken steken. Typisch Amsterdams. Typisch UvA.

De stad Amsterdam is voor de UvA een vanzelfsprekende en ideale omgeving. ‘De stad is onze campus', klinkt het vaak binnen de universiteit. Maar de huidige huisvesting op al die afzonderlijke locaties heeft ook belangrijke nadelen. De universiteit is te veel versnipperd en veel panden zijn niet geschikt voor hedendaags wetenschappelijk onderwijs en onderzoek.

Dat gaat in de komende jaren veranderen. De UvA concentreert de huisvesting in een beperkt aantal gebieden in Amsterdam. Het medisch centrum AMC blijft in Amsterdam-Zuidoost, de bètafaculteit wordt gevestigd in het Science Park in de Watergraafsmeer, de gammafaculteiten op het Roeterseiland en het alphacluster in de binnenstad (Oudemanhuispoort en Binnengasthuisterrein).  De Faculteit der Tandheelkunde wordt gevestigd aan de Zuidas van Amsterdam, in het tandheelkundig centrum ACTA.

De UvA hecht sterk aan duurzaamheid. Zorgvuldig gebruik van grondstoffen en energiebronnen vormt daarom een belangrijk uitgangspunt bij de realisatie van de bouwplannen.

Rond 2016 combineert de UvA de voordelen van de stad met die van een universitaire campus. De UvA biedt toekomstige generaties studenten en medewerkers uit binnen- en buitenland dankzij de open stadscampus een aantrekkelijk perspectief op wetenschappelijke ontplooiing in een bijzondere omgeving, nauw betrokken bij elkaar en bij de stad. ‘De UvA en de open stadscampus', luidt het motto over enkele jaren. Universiteiten in New York, Boston en Melbourne hebben een vergelijkbare open stadscampus. In Nederland is het huisvestingsconcept van de UvA uniek.

Universitaire gemeenschap versterken

Aan de huisvestingplannen van de UvA ligt een aantal beweegredenen ten grondslag.

Ten eerste wil de UvA de onderlinge banden binnen de universitaire gemeenschap versterken en samenwerking stimuleren. Studenten, docenten en onderzoekers moeten op een natuurlijke en gemakkelijke manier met elkaar in contact komen, kennis kunnen nemen van elkaars inzichten en meningen, elkaar stimuleren en met elkaar samenwerken. Dat kan in de open stadscampus die de UvA voor hen realiseert. Zo profiteren zij van het beste van twee werelden. Op de campus plukken studenten en medewerkers de vruchten van academische vorming. Daarbuiten maken zij gebruik van de vele culturele en maatschappelijke voorzieningen en initiatieven die de stad rijk is. Doordat zij elkaar gemakkelijk en regelmatig ontmoeten, voelen de studenten en medewerkers zich bovendien meer betrokken bij elkaar en bij de universiteit.

Op een campus draait het primair om wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Studenten vinden er een geschikte plek om zich te concentreren op hun studie en om samen te werken met anderen Maar er is ook volop ruimte voor andere aspecten die horen bij brede universitaire ontplooiing. Een campus is een veilige en stimulerende omgeving voor brede intellectuele, culturele en sociale ontwikkeling. Studenten en medewerkers gaan met elkaar in debat, ze bezoeken culturele evenementen en gaan met elkaar sporten. Ze steunen elkaar bij de studie, zetten elkaar aan tot betere prestaties en ontspannen met elkaar. Ze beleven met elkaar de ontdekkingstocht die de studietijd is. De campus biedt goede mogelijkheden voor al die verschillende functies. In veel universiteitssteden is de campus een relatief gesloten gebied met weinig verbindingen met de omgeving. De UvA bouwt een ‘open' stadscampus die op allerlei manieren verbonden is met de stad.

Iedere campus heeft een centrale ontmoetingsplaats. Een plek waar studenten en medewerkers elkaar vanzelf tegenkomen; een natuurlijk startpunt voor allerlei activiteiten. Dat geldt ook voor de vier campussen van de UvA. In de binnenstad is de nieuwe Universiteitsbibliotheek op het BG-terrein de centrale ontmoetingsplaats. Op het Roeterseiland is dat Crea, het culturele centrum van de universiteit. In het SciencePark is dat het nieuwe faculteitsgebouw en in Amsterdam-Zuidoost is dat uiteraard het medisch centrum AMC.

Eigen profiel

De tweede belangrijke beweegreden voor de huisvestingsplannen van de UvA betreft de sterke groei van het aantal studenten. Het kleinschalige karakter dat het wetenschappelijke onderwijs lange tijd kenmerkte, is na de Tweede Wereldoorlog drastisch veranderd. De Nederlandse overheid juicht die ontwikkeling toe. ‘Kennis' is hét wapen waarmee ons land de internationale concurrentiestrijd tegemoet treedt. Het regeringsbeleid is er daarom op gericht dat in 2020 50% van de werkzame beroepsbevolking hoger onderwijs heeft gevolgd. Het aantal studenten zal daarom ook in de komende decennia verder toenemen.

Een van de belangrijkste doelstellingen van de nieuwe huisvesting is het versterken van de binding tussen studenten en medewerkers van verschillende onderdelen van de UvA. Tegelijkertijd is er ruimte voor faculteiten of andere eenheden om binnen het eigen onderdeel van het universiteitsterrein een eigen sfeer te creëren. Zo ontstaat binnen de open stadscampus voor iedereen een vertrouwde omgeving waarin mensen elkaar kennen. Dat is een van de manieren om te zorgen dat minder studenten de universiteit verlaten voordat ze zijn afgestudeerd.

Adequate faciliteiten

Ten derde wil de UvA waarborgen dat alle studenten en medewerkers de beschikking krijgen over voldoende goede faciliteiten voor hedendaags wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. De introductie van digitale bronnen, bijvoorbeeld, heeft ingrijpende gevolgen gehad voor de wijze van studeren en onderzoeken. Uitgebreide elektronische - en andere - studievoorzieningen en geavanceerde onderzoekslaboratoria, bijvoorbeeld, zijn een conditio sine qua non voor de universiteit. In verschillende van de huidige panden van de UvA kunnen dergelijke ruimtes niet gerealiseerd worden. De huisvesting vormt op die plaatsen een belemmering voor de academische ambities van de universiteit.

Ten vierde moet de UvA de beperkte financiële middelen efficiënt inzetten. Het aantal studenten is in de afgelopen decennia sterk gestegen. De stijging van het budget dat de universiteit ontvangt van de rijksoverheid blijft daarbij achter. De UvA wil zo veel mogelijk geld besteden aan het primaire proces (onderwijs en onderzoek) en stelt daarom een maximum aan het percentage van het budget dat aan huisvesting besteed wordt. Dat maximum bedraagt ongeveer 12%. De UvA staat derhalve voor de taak om met beperkte middelen voldoende en goede faciliteiten te creëren voor alle studenten en medewerkers. Dat lukt alleen door slim en efficiënt gebruik te maken van de mogelijkheden die er zijn. Concentratie in vier stedelijke gebieden draagt daaraan bij. Groei en krimp van opleidingen kan op een campus op een flexibele en efficiënte manier worden opgevangen. Dat is een belangrijk voordeel ten opzicht van de huidige huisvestingssituatie.

Bron: bureau Communicatie
|